| Ik moet in mijn agenda kijken |
| Of ik morgenmiddag tussen vier en zes mij vrij kan maken |
| Om eens fijn met jou naar bed te gaan |
| Als ik nu de bank verzet naar vrijdag |
| De stafvergadering afzeg en de advokaat vergeet |
| Dan kan mijn secretaris wel wat eerder weg |
| Dan was ik mij wel op kantoor |
| En met wat geluk, een groene golf |
| Heb ik voor jou dan minstens drie kwartier |
| De een vindt zijn geluk bij het zingen in de kerk |
| De ander vindt het in het park stiekem na zijn werk |
| Die daar heeft duizend stokrozen |
| Zij heeft haar troeteldier |
| Hij heeft zijn overtuiging en ik |
| Heb drie kwartier |
| Soms droom ik van een mensenmassa |
| Die met bloeddoorlopen ogen op de tast de rijen vullen |
| Van een uitgestorven stadion |
| Ze blazen er wat leven in en gooien gauw een geldstuk op |
| Maar tevergeefs |
| Hun lot was toch allang bepaald nog voor het spel begon |
| De scheidsrechter blaast op zijn fluit |
| En zegt: «Heren, veel plezier» |
| En wat de mensen doordeweeks moeten verkroppen |
| Trachten tweeentwintig spelers hier weer uit te schoppen |
| Binnen tweemaal drie kwartier |
| De een vindt zijn geluk bij het zingen in de kerk |
| De ander vindt het in het park stiekem na zijn werk |
| Die daar heeft duizend stokrozen |
| Zij heeft haar troeteldier |
| Hij heeft zijn overtuiging en ik |
| Heb drie kwartier |
| Ik moet mijn hele leven nog zo’n drieendertigduizend maal |
| De hond uitlaten, maar misschien |
| Is morgen wel opeens de laatste keer |
| Loonsverhoging, borrelhapjes, vloerbedekking, weggooislipjes |
| Complimenten, mokkapunten, stereo tv en altijd meer |
| Ik gooide mijn agenda weg als ik maar zeker wist |
| Dat ik geen tijd van leven had |
| Dan kwam ik gauw naar jou en gaf je het mooiste wat ik bezat |
| Mijn laatste drie kwartier |