| Nadat de aanslag was mislukt |
| Door tegenslagen en paniek |
| Zat Cavrillo Princip in een cafe |
| Achter een glas slivovitz |
| Te wachten op de politie |
| Hij hield zijn hand om een pistool |
| En overdacht zijn leven |
| Er was geen man, er was geen vrouw |
| Er was niets, er was niemand |
| Die er een stuiver voor zou geven |
| Nog nooit iets verholpen |
| Nooit iets betekend |
| Altijd weer niets |
| Alles mislukt |
| De mensen zijn zwak |
| Of dom en onwetend |
| Want wie gaat er echt |
| Onder het onrecht gebukt |
| Keizers teren op hun volk |
| Als honingzwammen op een boom |
| Cavrillo Princip droomt ervan |
| Zo’n zwam koelbloedig stuk te slaan |
| Voor wie een doel zoekt of een doelwit |
| Is er altijd wel een ideaal |
| Om voor te sterven |
| De limousine rijdt verkeerd |
| Zodat de hertog net passeert |
| Als Cavrillo het cafe verlaat |
| En oog in oog met de vijand staat |
| Hij schiet vanaf twee meter |
| Franz Ferdinant zakt in elkaar |
| En tracht zijn vrouw te troosten |
| Het is niets, het is niets |
| Het is niets, het is niets |
| En veegt het bloed weg |
| Uit zijn mondhoek |
| Nog nooit iets verholpen |
| Nooit iets betekend |
| Altijd weer niets |
| Alles mislukt |
| De mensen zijn zwak |
| Of dom en onwetend |
| Want wie gaat er echt |
| Onder het onrecht gebukt |