| Het strand ligt vol met meisjes met al hun borsten bloot |
| En de zee drijft vol met jongens met tenten o zo groot |
| Ik ben bezig aan te branden, het schuim staat op m’n mond |
| Te laat met de zonnebrandolie, m’n vel ligt op de grond |
| Ik wankel naar een parasol en een plastieken tafel |
| En bestel me aan de bar een frisse warme wafel |
| Want ik mis je, ik mis je, ik mis je |
| Mamamamamama Rielouwisje |
| Geeneen van al die dames wordt verliefd op mij |
| Ik loop hier nochtans naakt en m’n vrouw is er niet bij |
| Maar ik krijg hier met m’n grappen zelfs geen glimlach op hun lippen |
| Ze liggen liever met een welgebouwde strandstoefer te wippen |
| Ik zet hier nooit geen voet meer aan de Kodazuur |
| 'k Zit nog liever veertien dagen in een Hollandse frituur |
| Want ik mis je, ik mis je, ik mis je |
| Mamamamamama Rielouwisje |
| De wind verwart m’n kapsel en de zon geeft me een slag |
| M’n rug ziet al zo rood als de chinese vlag |
| Ach, was ik maar bij moeder thuisgebleven |
| Of had ik mij maar eerder ingevreven |
| Ik zit hier in de station with my suitcase in my hand |
| 't Is triestig om beroemd te zijn als niemand je herkent |
| En ik mis je, ik mis je, ik mis je |
| Mamamamamama Rielouwisje |